Welkom | Werkwijze | Gedichten (Aleid) | Gedichten (Carolien) | Gedichten (Christiena) | Gedichten (Elveerah) | Gedichten (JMT Adema) | Gedichten (Lilian) | Gedichten (Margriet) | Gedichten (Peter) | Gedichten (Willy) | Gastdichters | Gedicht van de maand | Activiteiten Dichterscollectief | In de pers | Activiteiten in het land en regio | info en contact | Links | Nieuwsbrief | Foto's | Gastenboek

Het zilveren licht

 

Het zilveren licht van de maan

Omsluiert de blanke zee

Weerkaatsend in de onrustige golven

 

Donkere wolken pakken

Zich rond de maan

Het onweer zal naderen

 

De wolkenmantel zwart als de nacht

De wereld groot en donker

Vuur flitst in de blanke zee

Het zilveren licht veranderd

In gifzwart

 

De zee verwarmt door vuur

En ik zie

Hoe de zee zich

Losmaakt en achterblijft

 

 

Ode aan Katwijk

 

                    In bewolkte en onbewolkte dagen

Heb ik altijd aan de kust doorgebracht,

Warm heeft Katwijk mij om het hart geslagen

Een levenslot, mij toegedacht.

 

                      Katwijk, met zijn zoute golven,

De duinen, strand en vissersvloot,

Daar liggen, in ’t droevig zand bedolven,

Mijn dierbaren, verslagen door de dood.

 

Mijn tranen zullen in uw zoute water mengen

Lopend tussen eb en vloed

Om mijn tranen op het graf te plengen

Daarvoor heeft deze droeve dichter heeft geen moed,

 

                        Katwijk, mijn paradijs op aarde

Gevangen in de aardeschoot,

Ere zij toe, dat men mij hier baarde,

In een bedstee, schamel bloot

 

             Blij dat ik hier mijn draai kon vinden

En niet in Scheveningen of Zandvoort

Katwijk ik wil me eeuwig aan u binden

Katwijk, dat aan mij toebehoort.

 

 

 

 

 

Dood

 

De dood

hij  loopt schrijlings

voorbij

verward

loop ik verder

‘k heb nog

geen tijd

om met hem

te discussiëren

 

Biddend

op straat

wordt alles

witter

ik sluimer

stil in de

warmte weg

speels gedragen

op heilige Handen

 

 

Soms

 

Soms zie ik een leger van golven

met schuimende koppen

snel naderbij

 

Soms wordt er in mij gevochten

tand om tand

Ik raak het niet kwijt

 

Soms wacht ik zo lang

op antwoord

Waar zijt Gij dan?

 

Soms denk ik: waarom?

Het waarom bestaat niet

Want Gij zijt dichtbij

 

Heb mij lief…

 

 

Rembrandt

 

Van Gogh, Rubens en Vermeer

waren niet bestand

tegen die ene Rembrandt.

400 jaar geleden

geboren nu herdacht.

Hij schilderde praal en pracht.

 

Zijn oog voor vrouwen

liep soms uit de hand.

Hij kon schilderen op de tast,

maar Rembrandt wat was je

toch een rare kwast.

 

 

Nacht-gedicht

 

De nachtelijk bijslaap kan ik niet vatten

het geschreven gedicht komt dichter

naar de dichter toe.

Het kussen wordt een stille kus.

Kussen met miljoenen stofmijtjes.

De maan lacht in een cirkel

mijn wallen vallen uiteen

van dit dichterlijk gedicht.

 

Ik kus jou, gevangen in mijn kussen.

Dit is het dus

een nachtelijke bijslaap.

Nooit geweten

dat het zo spannend

kon zijn.

 

 

Pasen 2006

 

Het boek

over dorst en kruis

tijden gelden geschreven.

 

Martelingen

van hoon en spot

hij zal altijd leven.

 

Wijn en brood

nieuw toekomst, nieuwe tijd

opgestaan uit de dood.

 

Steeds hopen en vrezen

na die derde dag

Hosanna…

een nieuwe morgen gerezen.

 

 

Hou vast

 

met de hand op mijn hart

hou ik je vast

hou ik je vast

ook als je mij niet meer kent

of als je er niet meer bent

 

vaak als het zo stil is

in de holst van de nacht

denk ik aan de dood

lig ik klaar wakker

want de liefde voor jou is groot

 

met jou voel ik geluk

het zal nooit verdringen

liggend in mijn bed

of in de hoek van de kamer

preveld ik vaak een gebed

 

met dat soort geluk

wandel ik het leven door

maar het laat me niet met rust

het zal altijd wel zo blijven

denk ik, als je mij kust

 

 

In een paar seconde…

 

daar lag hij

in een paar seconden

het gras trilde

op een gekleurde dag

 

een Van Gogh

schilder of schrijver

filmer of mens

gebruikte nooit bloed

maar vaak okergeel

 

in een paar seconde

de wereld in rep en roer

een explosie

in de menselijke ziel

 

Theo, hoe is het daarboven?

hier beneden

bekruipt mij de angst

hoeveel moet ik nog schrijven

in deze paarse nacht?

 

De fakkels die branden

geven geen licht

met een berg onmacht

lopen we voort

tolerantie wel eens van gehoord?

 

 

Glas

 

Een antieke karaf

en twee gebarsten glazen

op een tafel vol stof

waarop staat geschreven

de datum wanneer

we de liefde bedreven.

 

Het venster

weerspiegeld in de spiegel

een stilte in de kamer

regendruppels op het raam

een blik door mijn wazige brillenglazen

zegt mij: wat zijn we gelukkig saam.

 

Helder als glas

maar ook zo breekbaar

minnen we zacht

opgewekt en fris

en ontdekte

hoe doorzichtig glas is.

 

 

 

Koningin Wilhelminabos

 

Mijn takken en tranen

Zijn geknakt

Telkens zingt de wind

Een lied

Dat mij verbind

Met het kind

 

Kerven in mijn

Bast en blad

Door een moeder

Geplant

Zodat zij even

De pijn vergat

 

Jouw laatste traan

En ik, jouw boom

Zal voor altijd

Blijven bestaan.

 

Ik wortel

In de trage aard

Een herdenking

Mijn takken steeds hangend

Voor hen een monument

Emotioneel

Maar toch ook verlangend

 

 

De klok bij dageraad

 

In de verte slaat een klok

en lokt mijn tranen

de tijd verslaat

de uren traag.

 

Ik zit bij dageraad

aan de oever van kabbelend water

de klok slaat in mijn hoofd

verdriet in de maag.

 

Ook de regen kabbelt

op de regenmantel na

lijk ik naakt

er knaagt een gewetensvraag.

 

In de verte slaat een klok

vol met tranen

ik stap maar op

gedragen door een winters windvlaag.

 

 

De weg

 

Een ster wijst de weg

in donkere nachten.

Maagdelijke witte schimmen

versteende blikken wachten.

 

Hoe koud was de nacht

toen ik deze ster zag.

Hoe warm mijn hart

op een geboortedag.

 

Mijn ingesneeuwde hart gaat

rusteloos levende dromen.

Hij maakt me wakker in de morgen

wat zal dat voor ons doen toekomen?

 

 

Dementie

 

geknakt, gebogen

hoopje mens

vrolijke vrouw

grijze haren

is aan het verjaren

voorbijgaande jaren

vrolijke vrouw

gevangen in eigen geest

die nog wel leest

geen besef

vrolijke vrouw

een vrouw van de wereld

denkt:

kom dood

kom toch gauw...

 

Zonsondergang

 

Avondwolkenluchten

die het landschap opzuigt

witte kopjes van de golven

vluchten.

Onder onzichtbare

aanwezigheid van allen

bewonder

ik het wonder.

Ik voel me dicht bij U

kijkend naar het

onderdak van de wolken.

Wat heerlijk zo’n schilderij

de beelden smelten

voor mijn ogen.

Ik blijf nog staan

stil en onbewogen.

Ik kijk omhoog

naar de roodgouden lucht

ik knik

het is goed zo...

 

Eenzame droomster

 

Haar ogen zijn raadsels

die ik zo vaak aanbid,

in het donker.

Achter haar open ogen

een kleine schatkist

dat slaapt binnen de tijd.

 

Het kijken vergaat

vaak in het zien.

Melancholieke ogen,

heel dichtbij

vragend en onderzoekend

naar een ziel met twee ogen.

 

De eenzame droomster

ogen met licht erin.

Een traan komt

als een druppel op het blad

bij het  zachte morgendauw.

haar ogen sluiten…

 

 

 Stil leven

 

heel bewust

schildert de schilder

strijkt zijn penceel

zijn gave is

hem gegeven

zijn stil leven

 

heel gerust

dicht de dichter

tikt hij zijn letter

wekt hij woorden tot leven

zijn stil leven

 

beiden zijn bedreven

in een levend boek

beide gedreven

in het stille leven

 

 

 

Dorp aan de kust

 

Duinen met

een witte winterwaas

spook beelden

uit de nevelzee.

 

De winterharde bloemen

gestoken in appelrood

wuiven

op het betreden zand.

 

Mijn ziel word

verwarmd door dromend houtvuur

genegenheid

wat zacht binnen treedt.

 

Vluchtige momenten

spelen met mij mee

warmte

van een geboren Kind.

 

 

Boek 

 

Vergeeld en toch wat kapot

staat daar het boek van God.

Veel gelezen, maar onder stof,

is dit waar…of?

 

Verbeeld ik me dit maar?

Het stuit op verzet.

Want ik kreeg vaak antwoord

op het vlees geworden woord.

 

Ik ontdoe het van stof

blader door een doolhof.

Mijn levenslot

op papier van God?

 

Hij staat weer op een mooie plek.

Op de kaft een onuitwisbare vlek.

ik ben niet vroom gelovig,

Maar God…

wat heb ik dit boek vaak nodig…

 

 

 De wind zwijgt

 

de wind zwijgt over de zee

de leegte gonst naar u gemis

stilte drijft met mij mee

 

de nachtelijke uren, zij tikken voorbij

een gemis, iets wat er niet meer is

met lichte schreden, wandel ik

door het verleden

zie ik droombeelden

mooier dan ooit

 

een zingende nachtzwaluw,

verbreekt de droom

zie alleen nog maar

een foto van u

een nacht die sterft

bij een eeuwenoude boom

 

de wind zwijgt over de zee

de leegte gonst naar u gemis

stilte drijft met me mee.

 

 

Als je woorden zoekt

 

als alles van binnen pijn doet

en je geen woorden kan zoeken

als de wanhoop je doet doorsteken

weet dan dat water stenen doet breken

 

als hoop niet te vinden is

je de woorden niet kan vinden

je nog nauwelijks wordt aangekeken

weet dan dat water stenen doet breken

 

als een hand je niet kan reiken

woorden telkens verdwijnen

je lichaam vol zit met messteken

weet dan dat water stenen doet breken

 

als je emotie niet los kan komen

woorden door je hoofd zweven

de woorden je niet aanspreken

weet dan dat water stenen doet breken

 

 

Just the sea

 

Sunday’s eve, silence around me

No fear, no pain, behind me now

I no it’s cold, but I feel warm inside

Nothing to hide for me

You’re always there,when de world is on my shoulders

It seems to me you ligten up the cloudy days somehow

the world outside,is frightening to me

but here with you I just don’t see

the fear:

that’s always there

but now

I can’t feel it anywhere

why

is this the only place for me

to forget about war and pain and people

only blue skies and just the sea

 

 

Regenachtig

 

Nevels trekken zich op,

langs het koren en weilanden.

Wolken,loodgrauw,verliezen

hun verdriet.

De tranen dalen in de landerijen,

op de wegen,op de daken.

Mijn gedachten regenen stilaan nat.

De bomen zuigen mijn gedachten op,

alsof ze vergaan van de dorst,

en omhelzen mijn schaduwen.

Ik vecht weer even tegen paden

die kronkelen,

die mij vijandig zijn.

Kan een mens wel een rechte pad

bewandelen?

of mag er ook wel eens verdriet zijn?

 

 

Ver, maar toch dichtbij 

 

het tikken van de klok komt naderbij

en verbreekt de stilte

er heerst hier gevoel van kilte

zonlicht weerspiegelt in de fotolijst

gedachten even vergrijsd

je bent ver, maar toch dichtbij…

 

langzaam schuiven de wijzerplaten langszij

de stilte lijkt een eeuwigheid

soms gedachten van nijd, een soort van bleekheid

van een weg dat ons deed scheiden

als een branding met getijden

je bent ver, maar toch dichtbij…

 

verdwenen uit de grasgroene wei

in een zoete winterslaap

schemert jouw gezicht

in het zwakke lampenlicht

stilaan verdwijnend in een dromenland

je bent ver, maar toch dichtbij…

 

 

 © Peter Kralt

(Dichterscollectief Katwijk)

volgende>>>

Laatste wijziging op: 26-01-2007 15:12