Welkom | Werkwijze | Gedichten (Aleid) | Gedichten (Carolien) | Gedichten (Christiena) | Gedichten (Elveerah) | Gedichten (JMT Adema) | Gedichten (Lilian) | Gedichten (Margriet) | Gedichten (Peter) | Gedichten (Willy) | Gastdichters | Gedicht van de maand | Activiteiten Dichterscollectief | In de pers | Activiteiten in het land en regio | info en contact | Links | Nieuwsbrief | Foto's | Gastenboek

Scherpschutter

 

Voor Jamie Dean

  

Ze kwamen je halen

Maar je wilde niet meer

De oorlog liet een spoor

 

van doden in je hoofd

Niemand die ooit vroeg

Hoe je het doden

Hoe je kan leven

 

met de doden in je hoofd

Niemand weet wat daar plaatsvond

Hoe het verdriet in je ogen

Hoe het vuur verdween

 

Ze kwamen je halen

Maar je wilde niet meer

 

Je schiet

 

 

Aarde zegt tegen Water

Nog even en ik ben verdwenen

Jij zal mij bedekken

Als een natte deken

 

Vuur heeft het te bont gemaakt

Zoveel warmte kan ik niet verdragen

Lucht hapt naar adem

Zuiver mij nu het nog kan

 

 

Honger

 

Naar aanleiding van de Wereldvoedseldag

 

 

Als je nu aan het eten bent,

besef dan dat velen nu niet eten.

 

Ze hebben zelfs zo weinig,

dat ze de morgen niet halen.

 

Je zegt dat je het erg vindt

en eet verder.

 

En morgen sterven

er

weer

bijna

 

dertigduizend.

 

 

Zand

 

Zand kruipt waar het niet gaan kan

en zelfs daar.

Zand schuurt

de verloren uren.

 

Zand is ongrijpbaar,

want te klein.

Zand is wat overblijft

van een rots.

 

Zand is de geŽrodeerde

herinnering

van de zee.

 

 

De stad

 

De stad ademt,

stamelt woorden

van verdwaalden.

 

Dromers laten

hun gedachten uit,

lopen in circels.

 

 

Niet in mijn achtertuin

 

 Zolang de rozen nog bloeien

Zolang de vlinders nog vliegen

Zolang de appelboom nog vrucht draagt

Zolang de spinnen hun web nog weven

 

Zolang sluit ik mijn ogen

Zolang ruik ik mijn rozen

 

Zolang het dorre gras groeit in andermans tuinen

Zolang vliegtuigen vliegen over andermans huizen

Zolang andermans bomen vrucht verliezen

Zolang ben ik blind voor het verwoestend web dat wij weven

 

Zolang ruik ik mijn rozen

Zolang schuil ik in mijn achtertuin

 

 

Moeder

 

 Met je lach als wapen

trotseerde je alle stormen.

Je spon een cocon

waarin dierbaren wonen.

 

Je lacht de lente

het jaar binnen,

voedt ons

met zonnestralen

 

Als een hinde

ren je door het leven.

Geen donkere deken

kan jouw kracht breken.

 

Jouw warme armen

omsluiten me

als een huis.

 

 

De aarde

 

 De aarde trilt, de aarde beeft

De vrouw rilt, de vrouw leeft

nog

 

Zij waakt

in de koude nacht

Niemand slaapt

Haar kinderen huilen zacht

 

De aarde trilt niet meer,

maar haar huis is verdwenen

De aarde beeft niet meer,

maar de kou doet haar lichaam verstenen

 

Ze wacht op hulp

Ze wacht op warmte

 

Laten we tenten maken

Zoveel als we kunnen

 

Laten we al het doek van de wereld

omvormen tot huizen van stof

 

Doen we ons kerstdiner in de ban

en geven we aan Pakistan?

 

 

Familiediner

 

 We eten het verleden

Het smaakt bitter en zoet

We snijden het vlees

en breken het brood

 

De soep is te heet,

het brood te oud

Het vlees is te laat

en het ijs te koud

 

We praten weinig

en eten veel

De blik op oneindig,

het bekende ritueel

 

De avond duurt lang

als er niets gebeurt

We zijn allen bang

voor wat niet gebeurt

 

 

Zon

 

 Diep in ons zit een stukje zon,

sterven de desillusies van de dag

als ijs dat smelt

onder het verzachtend winteroog

 

 

Echo

 

 Langzaam verschijnen de beelden

van een kind zonder naam

in een wereld van water

 

Hoe moet ik je benoemen

Stil wezen in de donkere kamer

Je vertelt zoveel dat we niet horen

 

Hoe moet ik je voelen

Je zweeft buiten de tijd

als een verborgen vis in mijn lichaam

 

Hoe moet ik je horen

Je groeit zo snel

als je hart klopt

 

Hoe moet ik je zien

als je louter schaduw bent

een schim in het onschuldige water

 

Langzaam verschijnen de beelden

van een kind zonder naam

 

Je opent je mond,

ademt water

 

Je hoort hoge tonen,

de klank van leven

 

Je brengt je knie naar je neus

als een acrobaat in het warme water

 

Langzaam verschijnen de beelden,

krijgt het kind een naam

 

 

 De donkere dagen

 

 De dag komt in mistflarden

Ik zwerf door de stad

Echt licht zal het niet worden

De dag dreigt

 

Aan de overkant loopt een man

Zijn verschijning is vaag

Hij lijkt hetzelfde spoor te volgen

 

Ik spreek hem aan

Hij kijkt, vindt geen woorden

We lopen verder

 

Wat brengt jou hier

op deze kille morgen?

Ik verloor iemand

En jij?

Ze zeggen dat ik zwak ben

 

We lopen urenlang

delen de kou

verdelen de kou

 

Waar ga je heen?

Waar kou even afwezig is

Ik hou van bibliotheken

Boeken zijn als vrienden

Je kunt met ze zwijgen

 

 

Ik ben gewend aan stilte

 

 

 

Zomerkind

 

 Wat een warmte

in mijn armen

Op dit stille uur

ben jij gekomen

 

Wat een zon

in deze zomer

Je ogen vol vuur

zoals in mijn dromen

 

Wat een liefde

in jou verenigd

Mooi zomerkind

welkom in ons leven

 

 

Ode aan mijn zoon

 

 Je ogen

Je basaltblauwe ogen

Het is het blauw van je dromen

als de nacht voorbij is

 

Je ogen

Je saffierblauwe ogen

Het is het blauw van de zee

als het zonlicht haar raakt

 

Je ogen

Je schemerblauwe ogen

Het is het blauw dat ontstaat

als het licht de dag verlaat

 

Je ogen

Je blijblauwe ogen

Het is het blauw

van het plezier in jou

 

Je ogen

verbergen

blauwgeglazuurde

gedachten

 

Wat zul je delen met mij?

 

 

 De zee ontwaakt

 

 Verward grijpt ze de dag

Speelt met het eerste licht

Lichtzinnig zilver

Haar lichaam danst

 

 

Spanjecyclus

 

 

Zonsondergang bij Cap de Creus

 

 

Eilanden van lava

het einde van de Spaanse aarde

Blauwe vingers grijpen haar

bedwingen rotsen

 

De trage maan kijkt

met ogen van saffraan

Stille toeschouwer

lacht om dit magisch moment

 

Op dit uur

wordt het vuur van de dag

verdrongen door rotsen

Gemaskerde gasten

 

Later komen krekels

echoís van steen op tijd

De sterren knipogen

alleen zij kennen de nacht 

 

 

Voor Jana BeranovŠ

 

 Je draagt de wereld

in de palm van je hand,

baart de woorden:

een kind van taal

 

Het wordt herboren

in onze gedachten

Laat sporen na,

overwint jaren van angst

 

Alles in ander licht

de maan zit met een bleke kop

op de daken

diep in ons zit een stukje zon

 

Een gedicht

als een pasgebreide trui

trek hem uit

en begin opnieuw

 

Je opent je rugzak

en vertelt je omzwervingen

 

 

Glazen paar

 

Als verliefden

met hun hoofd

in de wolken

bevolken ze

de stad

 

Avondzon spiegelt

in transparante

lichamen

Liefde bloeit

in een waaier van glas

 

 

Man van steen

 

Hij staat aan de top

kijkt over de Maas

In het late licht

laat de stad haar masker

 

Zijn metgezellen dansen

in het nachtzwarte water

muren krijgen stemmen

Echo van marmeren macht

 

 

De stad herboren

 

De stenen verdwenen

de stemmen zwegen

In de schaduw van scherven

begraven we

 

De vuurzee dooft in

onze hoofden

 

De tijd wikkelt

wonden in cement

stapelt scherven op rij

 

Deze stad sterft nooit

 

 

© Lilian de Dreu

(Dichterscollectief Katwijk)

 

volgende>>>

 

 

 

 

 

Laatste wijziging op: 18-02-2007 18:57