Welkom | Werkwijze | Gedichten (Aleid) | Gedichten (Carolien) | Gedichten (Christiena) | Gedichten (Elveerah) | Gedichten (JMT Adema) | Gedichten (Lilian) | Gedichten (Margriet) | Gedichten (Peter) | Gedichten (Willy) | Gastdichters | Gedicht van de maand | Activiteiten Dichterscollectief | In de pers | Activiteiten in het land en regio | info en contact | Links | Nieuwsbrief | Foto's | Gastenboek

 

Wilt u als dichter iets plaatsen?

E-mail dan o.v.v van 'gastdichter' naar de webmaster

klik hier

of een email naar: carolien_van_alphen@hotmail.com

################################################################################################################################

 

                 Ik droomde over jouw dromen,

                      jij liet ze uitkomen

 

Ik zag jou

Jij zag mij

 

Ik voelde en verzachte jou pijn

Jij zag en verzorgde mijn wonden

 

Ik ben hierna een nieuw leven begonnen

Jij begon een leven zonder pijn

 

Ik beweeg nu voort op de mystiek van de wolken

Jij als de mooiste oester van de zee, drijft met de

kleuren van de wolken mee

 

Ik voel nog steeds de kracht die wij hebben ontvangen

Jij was in het begin mijn kracht nu ben je mijn leven

 

ellen kruijmer

 

                          Circus beer

 

Als een circus beer zomaar in een hok gestopt

Oordeel was al geveld, alles werd me afgenomen

 

Ketting werd strak aangetrokken

Maar de beer kwam los

 

Vocht tegen dingen die ze niet kon zien

De pijn voel ik nog steeds

Het verdriet zit in mijn hart

 

Getekend ga ik door het leven

Gebrandmerkt voor de rest van mijn leven

 

ellen kruijmer

 

 

Pijnklein

 

Ik bouwde mijn huisje naast het bos

Zodat ik je kon horen zingen

Het was fijn en het was mooi

Liefde kon beginnen

 

Een leven lang mijn één

Leefden we als wij

Nu zijn je lieve liedjes op

Het bos huilt mee met mij

 

Vaarwel mijn allerliefste lief

Ik leefde om bij jou te zijn

Nu ik voor jouw de aarde klief

Is mijn hart pijnklein

 

De zon gaat onder in een mist

Nu wou ik dat je lied er was

Ik vraag me af hoe stil het is

onder ’t groene gras.

 

LogZwerver

 

 

De Kool en de Geit

 

Wel zeven sloten verder aan de randen van de plas
stonden zij samen wat te grazen niets vermoedend
wat er was,
Geroddel over al die schapen al schuivend op
de dam wie het eerst de ram zal raken en wat
er dan van kwam.
“Kijk daar, zij houdt het met een ander, die
ooi die weet van niets
en als de boer dit zal ontdekken vindt hij dit
vast onkies”.
De koe die sprak, ”wat kan er nou gebeuren zij
hebben het echt wel naar hun zin,
misschien wordt het een nieuwe start en is het
zo te zien gewin.
“Maar moeder koe sprak toen het schaap, ik kan
dit niet verklaren,het gaat ons eigenlijk
niets aan.
Zullen wij ze samen dan maar sparen?""

 

Henk Banis

 
 
Zo maar een beekje


Traag kabbelt het beekje.
Glimmende keien vertellen over
de oudheid waarin het leven
tot stand kwam en het zonlicht
tracht mij de toekomst te
voorspellen.

Kleine visjes, hier en daar en
watertor tussen het gladde groen
vluchtend voor onheil van uit het
onbekende.

Al starend naar de glinstering
ontdek ik de rimpels op mijn leven.
Al golvend en golvend, naar een
toekomst die niet te voorspellen is
en ik mij in gedachten laat
mee voeren naar een zee van leven.

 

Henk Banis

 

Voorzichtig vrijen

 

liefde op een middellijn

van amper maar een meter

innig en woest verkennen

knorren grommen pijn

 

met wilde hartstochten

alsof varkens vochten

met refrein fortissimo

al knorrend ging dat zo

 

op achtergrond gekrijs

van meeuwen op het ven

voor de verliefden was het prijs

maar wel een beetje eng

 

stekeltjes prikken vol venijn

nee nee mijn rug niet likken

want anders doet je tong zo’n pijn

doordat mijn stekels prikken

 

urenlang liefde bedrijven

met sterk en  hard behaarde lijven

voorzichtig en toch opgewonden

toch zonder pijn een vorm gevonden

 

de zogenaamde egellijn kwam rond

en ergens midden in de cirkel vond

nieuw leven zijn begin en weken later liepen

zes egels achter de trotse ouders op een rij

terwijl ze vrolijk piep piep riepen

 

   Rikus Kiers

 

 

De zeeman en de dichter

 

De vuurtoren geeft de scheepsman rust

Ziet hij de toren dan is zijn brand geblust

Weldra zal hij weer bij de zijnen horen

Zo niet dan voelt hij zich verloren

 

Gedichten zijn ook een veilig baken

Voor mensen bedroefd of vol met levenslust

Gevoel en spel met woorden raken

Het eerlijk hart dat graag de waarheid kust

 

De ruwe zeeman en de dichter vol gevoel

Hebben veel gemeen op des levens woelige baren

Woelt de een vol zorg voor thuis en blij welkomsgewoel

De ander peinst vind ik wel de meest gevoelige snaren

 

Peinst de zeeman om de luchten  te duiden te verklaren

Zo is de dichter bezig geestesgesteldheid te ontwaren

En beiden hebben pas rust bij het verschijnen van de kust

Het eind van het liedje is elk vindt uiteindelijk zijn eigen rust

 

Rikus Kiers

 

Geknipt

 

Hij buldert zijn gevoelige gedicht

Over de samenstromende massa

Met zweepslagen van gewicht

Geselt hij de massa naar het licht

De klok voor aandacht zwaar geluid

Zodat ieder voor zich zijn gedichten duidt

 

Hij weet soms ook zijn gedichten neer te leggen

Zodat elkeen er zijn mening over kan zeggen

Staat open voor het boeien van deez en geen

En voelt ook de gebrekkige herkenning meteen

Hij verklaart dan en legt aan iedereen graag uit

 

Hij is een dichter komend uit het niet

Die dicht door letten op alles om zich heen

Hij ruikt hij voelt hij proeft en ziet

Verkend van top tot teen

Leidt wonder na wonder

Door zijn hersenlagen heen

 

Samenvallend in dichterlijk lied

Vallen diep in zijn hoofd reacties

Samen met verbale acties

Hij schrijft niet nee hij componeert

Zijn strofen ongecensureerd

Spontaan niet geëvenaard onaangeleerd

 

Ja leest hij voor uit eigen werk

Dan is de kogel door de kerk

Hij fluistert, zucht en brult en loeit

Gevoel en toon verlaten elk ontwerp

Zijn enig doel is dat de brei van woorden boeit

Die meeslepend uit zijn grijze massa  vloeit

 

Rikus Kiers

 

(Peter, hier het gedicht dat ik ter ere van jou heb geschreven in juli 2006)

 

Een zee van woorden

 
een zee
van woorden-
vloed....
over me heen
in wind en weer
alleen

o zee,
fluister
mijn naam
neem mee
al wat ik heb
eb

een golf…
verlangen
door me heen
ik hoor een stem
nooit meer
alleen…

zo is 't goed
einde-lijk…
vloed….

Cobie Verheij

 

Vrienden

Soms kom je mensen tegen die
huilen met de wolven in het bos
en hoe je het ook wend of keert
meestal ben je dan te klos.
Met achterklap en roddels vullen
zij hun bestaan,ook jaloezie en
afgunst zijn hier vaak debet aan.
Vrienden voor het leven, nou
vergeet het maar.Eerst ik en dan
de ander,het lijkt zo zonneklaar
maar achter die facade schuilt
ook een mens. Dit eenmaal te
ontdekken blijft slechts helaas
een wens.

                              Henk Banis

 

 

de zee voelt geen pijn

 

De zee voelt geen pijn

ze vangt de klappen op van schepen

wast met het tij de wonden

de schepen doen haar niets

 

vissers overmannen haar

ze havent hen werpt hen tegen het basalt

ze zal de ruwe netten boeten

hoe zij ook tekeer gaan

 

ze hoort het verdriet op de kade

geeft vrouwen hun mannen niet terug

zij blijven bij haar ontrouw als ze zijn

de zee huilt er niet om

 

ze lokt de kinderen met haar zang

zij spoelen de handen met schuim en zout

mogen ze bekoring op de lippen proeven

het is een spel

de zee laat het broeierig toe

 

ach weet de zee het helpt

de kinderen bij het groeien

wacht tot het mannen worden

en vrouwen op de kade

ze gaan altijd naar dezelfde plek terug

 

                                                          Frans Terken

 

 

 

 

"Je kind leeft in mij",

riep je stil en zonder woorden

spreeuwen in kale Iepen verstoorden

de rust van winter in ons allebei

 

Daar, in het vallend schemer van je onbereikbaarheid

voltrok zich stapvoets het wonder

wisten dat we nooit meer zonder

leven konden in anonieme eenzaamheid

 

En smachtend van zoet en lief verlangen

doolde ik door vergrote tepelhoven

waar straks een kind zal loven

de rijming van  vals zingende gezangen

 

Maar laat me nu nog even rusten

in je wonder barende schoot

in de stilte van je naaktheid

zo broos

zo teder

zo bloot

oh, zo bloot

 

Gedicht geschreven door Pedro, (beeldend dichter wonende in Koewacht te Zeeuws Vlaanderen)

 

 

 

 

 

 

Vrijheid

Geboeid met ketenen van grof geweld
verschopt als straatvuil aan de kant geschoven.
Weggevoerd naar oorden van vergetelheid
ver van een wereld in vrede,wachtend op een toekomst
die er niet zal zijn.
De mensheid slaat dit alles gade en wacht
apathiesch af op betere tijden waar eens vrede
de lucht zal kleuren in stralend blauw
en ketenen zullen worden verbroken in een wereld
die de onze is vrij van geweld en menselijk lijden.
Wachten, hoe lang nog?

                                           Henk Banis

 

 

 

De draaideur der natuur 

 

 

 Kalm maar aangedaan

blik ik over de Indische oceaan

om mij heen

is alles zeer sereen

 

een oceaan zo glad als een laken

met alleen deze rots als baken

die alle geweld kan weerstaan

zelfs van een woeste oceaan.

 

Meeuwen scheren over `t water

of stijgen op met zacht geklater

in deze rust hier om mij heen

denk ik terug aan het geween.

 

Aan de doodsstrijd die velen voerden

aan de golven die hen ontvoerden

medogenloos hadden zij toegeslagen

met een kracht waarin zij niets en niemand ontzagen.

 

Golven zo hoog als huizen

die alles deden vergruizen

die golven bedolven met grote kracht

de witte stranden van smaragd 

 

Geen mens was tegen hen bestand

wie, oh wie had hierin toch de hand

is dit de draaideur der natuur

wars van enige menselijke dressuur

 

Moeten wij mensen steeds weer leren

de natuur als grootmacht te accepteren

 geen deltawerk is tegen haar bestand

als zij zich stort op mens en land.

 

Weer heeft de oceaan zichzelf getemd

en is alles door een serene rust omklemd

goudgeel glinsterend door het avondrood

mijn ontzag voor haar is onmeetbaar groot.

 

DdJ. ( door Dolf de Jong)

 

 

Het lege glas

Het klonk voor zijn vrienden
als een gokkie,
maar heel gedesideerd zei Jaap,
"Dit is mijn laatste slokkie".

Trillend vatte hij het glaasje
en dacht, nu ben ik echt het haasje.
Zijn lever had het haast begeven
en zag zijn zieleheil al zweven.

Heel zijn leven had hij al geofferd
aan Bacchus in zijn stamcafé en bij
ieder rondje dat hij gaf deden al
zijn vrienden mee.

In de vitrine aan de muur, tussen de
vaantjes en medailles staat als
eerbetoon zijn lege glas.
Jaap is niet meer en missen nu al
zijn verhalen, maar één ding staat
wel vast, hij moest ook het gelag
betalen

 

Henk Banis www.hwfb.org

 

 

 

Pasen 2006

 

Gekleurde eierdoppen op het bord
de lege schalen onverkort
als tekenen van feest en vreugde.
De maratak, het kruis, het leed
dat toen gechiedde
moest een nieuwe toekomst bieden.
Een toekomst in geloof en diep vertrouwen
waarop de mensheid echt kon bouwen,
bouwen aan gerechtigheid en vrede
geldt dit dan ook nog voor het heden?
Pasen, een feest van menselijk genot
geworden tot een lege dop.

 

Henk Banis www.hwfb.org

 

 

 

Licht

 

 

Stil  staarde hij voor zich uit

zelfs het licht kon hem niet doorgronden

Zijn handen zoeken naar de steen van het bestaan

die nooit gevonden is

 

Het glas is niet helder

het vuur is niet heet

maar de ogen zien wat hij ontdekt en begroeten het gras wat niet groen is

 

Op weg naar de oorsprong

het is een avontuur

 

Hij wil volledig in het moment het leven ontvouwen

Dat moment is nu, meer is er niet

en het licht is aanwezig

 

2 sept. ‘05

Antje

 

 

Golven

                                                   

 O golven van de zee

gij vliedt met wind en stroming mee

van ver achter de horizon

daar was het dat uw reis begon.

 

Hoog werd uw water opgestuwd

dan weer naar grote diepte neergeduwd

in een oneindig spel met stormen

die uw steeds doen vervormen.

 

Van waar bent u toch gekomen

 verworden tot afschrikwekkende fantomen

menig zeeman verloor in u zijn strijd

en gingen dan onvoorbereid.

 

Zelfs schepen als kastelen

moest de mens aan u verspelen

meeuwen krijsen boven uw kruin

ik bezie uw spel van af een duin.

 

Dan bent u eindelijk uitgeraasd

als de wind u naar de kust toe blaast

waar u op het strand beland

eindigt uw reis in het rulle zand.

    DdJ.

(Dolf de Jong)

 

Die plek

 

Alles wat je verwacht. Is te vinden op die plek.

Die plek waarvan je dacht, dat je hem nooit vinden zal.

Daar in die groene heuvels, daarin dat stille dal.

Waar die bloem groeit, en bloeit. Die bloem van je verleden.

Zij zal je helpen met je zoek tocht naar het heden.

Het heden dat zo koud en stil, de warmte wilt ontmoeten.

En dat het leven wilt begroeten

Die plek is niet ver weg. Het  is daar waar je het niet verwacht Het is die plek die je zal helpen uit die koude donkere nacht Het is waar de zon schijnt, waar de angst verdwijnt.

Waar de warmte je zal omhelzen zo stil en zacht Het is die plek die op je wacht.

 

geschreven door Gerard Zwaan

 

Zullen we

Zullen we dansen
op blote voeten
in het zand
verstrengeld in elkaars armen
luisteren naar het ruisen van de zee
in slaap vallen
onder een heldere hemeldeken

zullen we dansen
vroeg zij
maar het antwoord klonk
nee, vandaag niet

 © Six

http://websitemaker.kennisnet.nl/gedichten-site/index.htm

 

 

 

MIJN GEDACHTE ALS SEDNA

Mijn gedachte als Sedna
Galloperend door onstuimige stromen
breken gedachten op het waaien van de wind
hartstocht sluimert in verhitte dromen
waarin ik eindelijk mijn gelijke vind

gevlochten vingers met de mijne
raak ik jouw zinnen even aan
ik wil totaal in jou verdwijnen
toe lief, laat je nu maar gaan

proef je warme zachte lippen
voel jouw heet en vochtig lijf
wil meer dan alleen maar nippen
ik verlang naar je, dus blijf

draag mijn hart met beide handen
heel langzaam naar het verlaten strand
laat mij in vergetelheid landen
verdwijnen met je in goudgeel zand

raap de schelpen van de passie
vlij mij zachtjes naast jou neer
graaf diepe kuilen vol emotie
vrij met mij, kom, ik wil meer

kies jij voor de woeste duinen
volg ik jou in een briesend spoor
samen in het helmgras struinen
vinden wat ik daar verloor

kleur dan met mij de donkere uren
van avondrood tot ochtendlicht
laat de nachten dagen duren
afscheid is alleen een vergezicht

daar waar golven onstuimig brullen
voegt mijn lichaam zich naar jou
ik wil je met mijn liefde vullen
niets wat jij nog wensen zou

traag worden mijn gedachten gevangen
ze waren er ook maar heel even
golvend ontvang jij mijn verlangen
bruisend laat ik jou weer leven

metha

http://websitemaker.kennisnet.nl/metha/

 

 

 

Bloemen naast het asfalt

 

Er zijn bloemen naast het asfalt
Kleine dieren tussen het woud
Er is zon door donderwolken
Tussen kiezels ligt het goud



In de woestijn is altijd water
En de zee stopt bij een strand
Tussen haat valt mij de liefde
Als een koelte in mijn hand

 

 

Overal is het te vinden
Als jij het maar wilt zien

In de lucht tussen de winden

Of in je hart misschien…

 

(c) LogZwerver

 

 

Het winnende gedicht van Anique v.d. Klaauw winnaar van de gedichtenwedstrijd 2005 van basischolen groep acht Katwijk.

Anique zit op de Otto Baronschool in Katwijk. Zij won met het gedicht 'Ogen'

18-04-2005

 

Ogen

 

Je hebt ogen in verschillende kleuren.

Je hebt ogen die de wereld kleuren.

Je hebt ogen in de kleur blauw.

Je hebt ogen die zeggen ik hou van jou.

Je hebt ogen in de kleur groen.

Je hebt ogen die zeggen ik wil een zoen.

Je hebt ogen van blijheid.

He hebt ogen van spijt.

Ik zie nu dat dit een mooi gedicht is,

maar er is iets wat ik nog mis.

De ogen van alle mensen,

zijn de ogen die ik zou wensen.

Mijn eigen ogen zijn ook wel goed.

Ja dat is iets wat ik zeggen moet.

De ogen van de mensen,

in de kleur bruin, groen of blauw.

Ja dat zijn de ogen waar ik van hou.

 

Anigue van der Klaauw

 Op de twee plaats Hila Bayen met: Winter

Winter

Bomen en bladeren hangen triest omlaag.

De dagen zijn koud.

Het is winter en het regent gestaag.

Zie de zon, het is schitterend goud.

 

In de lucht o zo hoog,

het is bijna niet te zien,

verschijnt een prachtige regenboog,

met glinsterende kleuren bovendien.

 

Er heerst winterse rust.

Het is toch zo stil.

Je bent niets meer bewust.

Maar de wereld is wel somber en kil.

 

De tijd lijkt stil te staan.

Ik verlang zo erg naar de lente en de zomer.

Ze zijn allebei een late komer.

 

 

 

 

Inge Varkevisser eindigde als derde met : Ik schrijf

 

Ik schrijf

 

Ik schrijf wat ik denk

en wat ik denk

schrijf ik op.

Erin ernaast er tussen op z’n kop

of er gewoon bovenop.

Met gekleurde pen, vulpen, balpen.

of zoals ik ben.

Ik schrijf op gekleurd papier

of gewoon op een A4.

In dichtvorm of een verhaal

maar ik schrijf normaal.

Ik schreef zoals ik dacht

en zoals ik dacht

schreef ik op.

###########################################################################################################

 

 

Kermis in de hel

Een zanger zingt over kermis in de hel,
de wereld stopt met draaien voor een tel.
Ik huiver even, nu ik naar hem luister,
buiten hult het dorp zich in het duister.

Regeringsleiders die niet wilden leren,
lieten hun legers moordend marcheren.
Koningen, volgevreten op hun troon,
ze bleven blind en doof voor de hoon.

Ik kijk toe, ik zie en laat het gebeuren,
anders zegt men dat ik niet moet zeuren.
De wapenindustrie, zo rijk en zo machtig,
vindt het geweld gunstig en zo prachtig.

Ze maken winst, en worden lui rijk,
de dollar heeft immers altijd gelijk.
Deze wereld, Bush voelt zich er thuis,
want deze wereld is immers zijn huis.

En wij zijn stil, we laten het toe,
we zijn lusteloos, we zijn zo moe.
De democratie, het is niet écht,
het is nep, ’t is vals en onoprecht.

En morgen, als de zon schijnt,
en de ochtendnevel verdwijnt,
dan zit ik weer op het strand.
En ik lees zwijgend de krant.

Dan lees ik over hen die niet willen leren,
die hun legers moordend laten marcheren.
Koningen zitten volgevreten op hun troon,
en ze blijven blind en doof voor de hoon.

Met oorlogen voeren doden ze de tijd,
blind en doof voor hoe de mens lijdt.
Ze zien niet hoe hij zijn vuist balt.
En feesten als de avond weer valt.

Een zanger zingt over kermis in de hel,
de wereld stopt met draaien voor een tel.
Ik huiver even, nu ik naar hem luister,
buiten hult het dorp zich in het duister.

c 2005 Jos Witteman

 

 

Sarah

Aftastend loopt ze door de nacht,
op zoek naar zoekende zielen,
die voor haar vallen als ze lacht,
zoals velen al voor haar vielen.

Een oude man op het trottoir,
zijn oude ogen, ze volgen haar.
Een jong hoertje in de stad,
dat nooit liefde heeft gehad.

Ze trekt de mannen naar zich toe,
iets anders deed ze niet in haar leven.
Maar haar ogen, ze staan zo moe,
moe van het betaalde liefde geven.

De oude man ziet haar elke nacht,
wat heeft haar ooit zover gebracht?
Een jong hoertje in de stad,
dat nooit liefde heeft gehad.

Ze wenkt, lacht, wuift naar mensen,
ze geeft alles voor f 100,- per uur.
Iedere dag verlegt ze haar grenzen,
maar in haar hart doofde het vuur.

De oude man ziet het allemaal aan,
en vraagt zich af hoever ze zal gaan.
Een jong hoertje in de stad,
dat nooit liefde heeft gehad.

En morgen, als de dag weer begint,
wordt ze gevonden in een small e steeg.
Het ontzielde lichaam van een kind,
dat nooit van iemand echte liefde kreeg.

De oude man leest stil zijn krant,
leest het artikel met bevende hand,
van een jong hoertje in de stad,
dat nooit echte liefde heeft gehad.

c 2005 Jos Witteman

 

 

 

 

De vissersvrouw

 

Daar op de top van een duin
staat zij in haar zwarte dracht
het witte kapje zo strak om haar kruin
dat het haar hindert als zij lacht.

Doch het lachen is haar reeds lang vergaan
al weken ziet men haar daar staan
met haar handen heel devoot
gevouwen in haar schoot.

Een schoot gevuld met leven
van het ongeboren kind
maar dat is haar nu om het even
zij wacht op hem die zij bemint.

Zij staat daar maar te turen
en bidt dan alle uren
haar gebeden geeft zij mee
aan de golven van de zee.

Hoe lang kan zij nog blijven hopen
de andere loggers zijn allemaal binnen gelopen
de zee geeft haar het antwoord niet
er komt geen eind aan haar verdriet.

De meeuwen zweven op de wind
de golven slaan stuk op het strand
zij wacht op hem die zij bemint
terwijl zij het leven voelt onder haar hand.

Zo staat zij daar hoog op een duin
haar kapje strak om haar kruin
haar blik strak op de zee gericht
met een betraand gezicht.

De meeuwen vliegen krijsend rond
zij staat daar vastgenageld aan de grond
dan voelt zij onder haar handen
het nieuwe leven branden.

Zij raapt zich dan bijeen
en gaat naar huis zo heel alleen
het is nu eenmaal zo bepaald
de vis die wordt heel duur betaald.

DdJ. maart 2005

Dolf de Jong

 

 

Strandwandeling

 

Ik zou met jou vandaag

graag eens op het strand willen zijn,

gewoon om samen langs de vloedlijn te lopen,

te mijmeren over de zin van leven,

raadsels ontknopen die zomaar even

met de wind aan komen waaien,

samen met onze blote voeten

rondjes draaien in het natte zand,

hand in hand de zee in stappen,

naar adem happen als het zoute water

eerst onze naakte dijen

en een weinig later

onze blote buik bereikt

en we vervolgens in de golven glijden

waar we in de branding

beiden

even in de hemel toeven

als we proeven van het zout op onze huid

en in ons haar.

Ja, ik zou met jou daar

graag

wat langer willen blijven

dan alleen vandaag.

 

© Gerard Beense

Lelystad, september 2000

 

 

 

 

Ik heb laatst de zee gezien

 

Ik heb laatst de zee gezien,

zonder golven,

zo strak, zo vlak,

nergens rimpelingen,

zo mak,

zelfs de wind was er bij gaan liggen,

er woei geen zucht,

geen meeuw hing in de lucht.

Ze was dood, de zee,

zo leek,

toen plots de motor van een boot

begon te zingen

en golf na golf het strand bestreek

tot het schutterend motorlied

een weinig later stilletjes bezweek

in het vervlakken van het zoute water

waar nog steeds geen meeuw naar keek.

Ik heb er lang bij stil gestaan,

het leven leek failliet,

ik ben pas heengegaan

toen de zon,

rood van schaamte,

in de zee verdween

en zelfs geen rimpel achter liet.

 

© Gerard Beense

Lelystad, maart 2000

 

 

DOODGEWOON FATSOEN

Met bloemen op je buik

en een houten jas aan,

lig je te wachten,

de oven al aan.

Familie, vrienden, kennissen,

schuiven langs je heen.

Zélfs mensen die je nooit meer zag,

kortom; íedereen.

Het kan jou weinig schelen,

jij moet je concentreren.

Zo direct begint jouw reis

naar heel andere sferen.

Twee jaar ben je ziek geweest,

door kanker opgevreten.

Toen zag je héél veel mensen niet,

ze wilden je vergeten

Maar nu opeens, iedereen komt langs,

ook kennissen van toen.

Alleen komen ze niet langs voor jou,

maar voor hun goed fatsoen.

Want goed fatsoen dat moet,

en is belangrijker dan vrienden,

want dat blijken mééstal mensen

die zo'n titel nooit verdienden.

 

GOGH

De wanhoop van één man,
verwerkt in een bos zonnebloemen.
Zelfportretten van één kant,
om zijn waanzin te verbloemen.
Luisterend met een half oor,
hoort hij nú hoe wij hem roemen.
Hij denkt:"Wat ben ík stom geweest,
mijzelf zo te verdoemen."

Enigszins bedroefd denkt hij;
"Jammer hoor, ........maar toch,
wie had zonder mijn psychose
ooit gehoord van Gogh."

JJ Deckwitz; september 2004

 

 

Schildersverdriet

 

Nooit zal ik kunnen schilderen

hoe een plant zijn water drinkt

Nimmer kunnen verbeelderen

hoe een mens een traan wegpinkt

 

Nooit hoe een beekje stroomt

Nooit hoe een vlinder vliegt

Nooit hoe de wind de bomen klieft

Nooit hoe een lief zijn liefje lieft

 

Nooit zal ik kunnen schilderen

hoe of ’t nou werkelijk is

Want beelden die verwilderen

heel snel, zoals het leven is

 

Dus vang ik elk moment

elk wonderlijk moment

van plant, van mens, van vlinder

en voel zo minder

 

dat ik nooit zal kunnen schilderen

hoe een plant zijn water drinkt

nimmer zal kunnen verbeelderen

hoe een mens een traan wegpinkt.

 

 

 

Vakantieleed

 

Het is hier koud en kil

Mijn hart is uitgerukt naar verre oorden

Zou zij weten hoe en wat ik voel

Hoort zijn mijn hooglied uit het noorden?

 

 

 

Ik fiets

 

Ik fiets achter meisjesmengsels van mint en “zwaar de Paris”;

achter meisjes die ik nog uit moet leggen

dat “zwaar”staat voor de nacht

die ze nu nog slechts vermoeden

en die,

als ze hem beleven,

de nacht van hun leven zal zijn

 

 

 

Boedelprijs

 

Een tafel en een stoel

dat leek een dooie boel

Tot op een dag de tafel zei:
kom schuif es effe lekker bij

De stoel dacht wat kan mij gebeuren

en schoof zich, zonder zelfs te kleuren,

half onder ’t eiken tafelblad

wat heuglijke gevolgen had

Want na wat houterig gevrij

kwam er een heel klein stoeltje bij

 

Ferrie Moene; september 2004

 

 

 

Najaar

 

herfst en tijd

verwaaien in de straat

schuifelend, ruisend

slof ik door

het blad

op de stoep

in de goot

 

jaar na jaar

word ik meer

en meer blad

voel ik

de voeten die

schuifelend, ruisend

sloffen door

het blad

op de stoep

in de goot

totdat ik verwaai

in het najaar,

mettertijd

 

© Ton Hetebrij

 

 

 

Remouchamp

 

aanraken is een veeg

langs miljoenen jaren

ik ga in een zucht voorbij

varend op

een onderaardse rivier

de stilte scheurt door harde stemmen

waar de veerman zwijgt

en Orpheus treurt

in het niet gewenste licht

zijn wij druppels,

glinsterend, een tel

vallend door de tijd

 

© Ton Hetebrij

 

 

in het voorbijgaan

 

...het huis is verdwenen

de appelboom is leeg

de trap onder de boom is leeg

de tuin met de boom en de trap zijn leeg

waarom staat in deze leegte

een trap onder een boom

er gaat niemand naar boven en waarom

zou iemand naar beneden gaan

de ruimte boven is leeg en grijs

beneden staat een trap in lege aarde

onder een lege boom

waaruit niemand appels zal plukken...

 

 

© Ton Hetebrij

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                              volgende>>>>>

 

 

Laatste wijziging op: 01-10-2007 20:12