Welkom | Werkwijze | Gedichten (Aleid) | Gedichten (Carolien) | Gedichten (Christiena) | Gedichten (Elveerah) | Gedichten (JMT Adema) | Gedichten (Lilian) | Gedichten (Margriet) | Gedichten (Peter) | Gedichten (Willy) | Gastdichters | Gedicht van de maand | Activiteiten Dichterscollectief | In de pers | Activiteiten in het land en regio | info en contact | Links | Nieuwsbrief | Foto's | Gastenboek

                                                 

Vader

 

We luisterden vaak ademloos

Naar het eeuwenoud verhaal

De woorden die mijn vader koos

Zo boeiend allemaal

 

Maar woorden stillen in de tijd

En vader leeft niet meer

Zijn woorden vol genegenheid

Die stopten op een keer

 

Nu spreek ik soms zijn woorden uit

Aan jonge mensen die ik ken

De liefde eens zo gul geuit

Die geef ik door aan hen…

 

 

Licht

 

Onweerstaanbaar aangetrokken als door licht,

Waag ik mij centimeters dicht bij jouw gezicht.

Verbrand mijn vleugels liever aan jouw schijn,

Dan dat er afstand tussen jou en mij zou zijn.

 

Ik ruik de zee…

 

 Ik ruik de zee, die rimpelloos en stil, wacht

omdat de wind niet waaien wil

en golven weigert toe te laten op ’t strand.

En voel de zon, die heldergeel de nacht

verdrijft, de wereld is nog stil,

totdat de mens bezit neemt van ’t zand.

 

 

ADHD

 

Mijn onrust is een onverteerd verlangen,

het overprikkeld zijn van elke zenuwcel.

Alsof ik door de duivel ben bevangen

en samen spelen wij gevaarlijk spel.

 

Een moordend tempo tergt mijn hele leven

en geselt lijf en leden elke dag,

ik word door iets verborgens voortgedreven

alsof ik geen uur in rust genieten mag.

 

Een moordend tempo kenmerkt al mijn daden,

vooruit gedreven door een kracht in mij

en zo wordt elke dag weer overladen,

‘k word sneller oud dan nodig is geweest.

 

Een moordend tempo maakt mij bang en somber,

de eenzaamheid verdriet mij nog het meest,

maar als mijn lief dan komt en mij zacht kust,

op die momenten vind ik eindelijk rust.

 

 

Maart 2006

 

Een zondagmorgen op een doodstil strand

Mijn voeten kraken op bevroren zand

De zon schijnt in de koude winterlucht

ik zie wat grauwe vogels op hun vlucht

 

Een vliegtuig die hun orde haast verstoord

Maar dan is alles weer zoals het hoort

Mijn voeten kraken op bevroren zand

Een zondagmorgen op een doodstil strand

 

 

Zomaar wat verdriet

 

  Zomaar wat verdriet

           Aan zon, zee en strand

            De zandkorrels glijden

          Troostend door mijn hand

          Ik zit hier al tijden.

        De wind krult mijn haar

        En ik zit daar maar

       Te wachten op jou

       Van wie ik zó hou

        Maar ik zie je niet.

 

 

Hervonden..

 

Ik heb de zee verwaarloosd,

gevangen in mijn eenzaam lot,

Maak ik het mooie steeds kapot,

Niet meer door mij geliefkoosd.

 

Die grote grauwe waterplas,

Ik dacht dat zee iets anders was,

Een bron van blijdschap, energie,

Maar dat is niet, wat ik nu zie.

 

De dagen stil en ongerept,

De bloemen staan in huis verlept,

Geen zin om ook maar iets te zijn,

De dagen doen mij vaak zo’n pijn.

 

Dan….. zomaar in het ochtendlicht,

De regen fel in mijn gezicht,

Hervind ik plots mijn eigen rust,

Ik heb toen zacht de zee gekust.

 

 

Tuin

 

Jouw tuin staat vol kleuren.

Heesters, kruiden, soorten bloemen,

haast teveel om op te noemen

wat daar groeit, laat jij gebeuren.

 

Daar in de hoek staat nu een iep,

het lijkt of ik er gister liep

met onze kinderen aan de hand.

We kwamen net terug van ’t strand.

Wat gras, een schommel, een konijn,

wat vonden ze dat toch altijd fijn,

een tuin hoeft niet veel meer te zijn.

 

Nu groeit er veel met vreemde namen,

jouw hobby was nooit van ons samen,

jouw uren vrij waren dan ook nooit

voor mij.

 

 

Sneeuw

 

Zo zeldzaam nog

maar toch

als alles wit is en

zo stil

weet iedereen

wel wat ie wil

een slee,

een ski,

een pop van kou

en chocolademelk

alleen voor jou

als sneeuw

verwacht wordt

ben ik blij

dan ben jij even

terug bij mij.

           

                                                

Alleen jij

 

Als ik naar je kijk,

wordt alles stil van binnen

Alsof jij met jouw blik

mijn onrust kan bedwingen

Duizenden gedachten,

die breng jij terug tot ėėn:

Dat wij tezamen horen,

jij en ik alleen.

       

   

Spring doesn’t come...

 

Als de lente niet wil komen,

blijft de winter lang langszij,

kaal en recht tonen de bomen,

kleurenpracht breekt nog niet vrij.

 

Als de zomer niet wil slagen,

lentekleuren blijven staan,

groene tinten, regendagen,

bomen blijven jong voortaan.

 

Als de herfst maar niet wil vallen,

blad na blad, verstild geluk,

frisheid doet mijn beeld vergallen,

kleuren van de herfst zijn stuk.

 

Als in ‘s winters somb’re dagen

witte werk’lijkheid ontbeert

blijf ik om een antwoord vragen:

wat wil ik dat men hiervan leert?

 

 

Zomerschatten.

 

In mijn kamer staat een kom

telkens kijk ik ernaar om,

schelpen, botten, houtjes, zand,

zelf gevonden op het strand.

Geen dag voorbij, zonder een blik,

zo bijzonder, die schat en ik.

 

 

Judas

 

Het was vroeg donker, die angstige dag,

‘k was niet alleen, toen ik Uw lijden zag.

De dag verschilde niet meer van de nacht,

Uw zieke lijf verzwakt, vervlogen kracht.

  

De wonden bloedden en bij elke drop,

welde de machteloosheid in mij op.

Ik keek en zag Uw bleek en doods gezicht.

 

Ik voel dat ik iets ergs heb aangericht.

  

Ga niet van mij, wat moet ik zonder U,

een leven zonder passie zoals nu.

De dood beëindigt elke levenszin,

geen enk’le rede gaat daar tegen in.

  

Het was ook vreemd Uw lichaam niet te zien,

maar als we geluisterd hadden, ja misschien,

was onze gang naar ‘t graf er niet geweest,

omdat we wisten dat U leefde in de Geest.

  

Pas later drong de waarheid tot mij door,

dit Lichaam  ging alleen voor ons teloor.

Niet op Golgotha was Uw leven voorbij,

 

dat kwam pas later, door and’ren en mij.

  

 

Zwijgen.

 

 Zwijgen is de eenzaamheid woorden geven van stilte

is niet spreken, omdat niemand luistert,

is stil zijn, omdat woorden tekort schieten.

 

Alleen gaan is altijd spelen met je eigen speelgoed,

niets delen, omdat  niemand iets van je vraagt,

alles bezitten en niets af hoeven staan

                                                                            

Soms wordt het zwijgen doorbroken, onhandige woorden,

niet meer gewend te spreken, zwijg ik weer,

saai bevonden, afgekeerd, en weer alleen,

 

Zwijgen is harmonie met jezelf,

is berusten in die ene waarheid,

alleen zijn en alleen blijven voor altijd.

 

 

Verhuizen

 

Ik heb een stukje zee gekocht

met duizend golven en veel zand,

die schelpen, vroeger veel gezocht,

blijven nu achter op het strand.

 

Mijn huis, dat onbewogen staat,

in felle storm en regen,

wel onbegrensd het licht doorlaat.

verruilt verdriet door zegen.

 

De zee,die elke stemming kent,

het tij steeds weer kan keren

en nu ik eenmaal ben gewend,

mij ’t leven weer wil leren.

 

Ik heb een stukje zee gekocht

ik leer te accepteren

vervolg in alle rust de tocht

zal zelf het tij niet keren.

 

 

Jouw schilderij

 

Ik schilder jou met zachte streken

Roze, parelmoer en blauw

En beken dat ik al weken weet

Dat ik hartstocht’lijk van je hou

 

Met elke lijn om jou te schetsen

Met welke kleur ik dan ook kies

Moet ik aan iedereen bekennen

Dat ik me steeds in jou verlies

 

Jouw beeltenis, jouw lieve lijnen

Langzaam wordt het beeld compleet

Dan ineens zie ik je verdwijnen

Omdat ik weer niet alles van je weet

 

Jouw schilderij zal nooit echt af zijn

Elke keer een nieuwe start

Tot ik eens de juiste kleur vind

Die de weg weet naar jouw hart

 

                        

© JMT Adema

(Dichterscollectief Katwijk)

 

 

 

 

 

 

 

                                                             volgende>>> 

Laatste wijziging op: 22-10-2006 17:17